|
Zit stil, ellebogen van tafel, eet met mes en vork,
leg je servet netjes, niet schrokken, kauwen
met je mond dicht… Ze had een goede reden, je
moeder, om je te bestoken met opmerkingen.
Tafelmanieren zijn immers onontbeerlijk als je in
professionele kring moet tafelen, maar ook voor
je huisgenoten is het leuk als je eens niet met
je bord op schoot voor de buis ligt te schrokken.
Netjes eten doe je zo. ![]() Er is een groot verschil tussen wat je als ergerlijk ervaart bij anderen en de houding die je zelf aanneemt. Smakken kan storend zijn, maar denk je er ook zelf aan als je Chocotof nummer 15 naar binnen zwelgt? Vind je het normaal om je vork in je rechterhand in saus geplette aardappelen binnen te schuiven, dan hoef je dit stuk niet te lezen. Ben je echter van oordeel dat het ook anders kan en wil je de finesses van het vak ‘tafelen’ onder de knie krijgen, dan zit je juist. AlaamJe hebt twee werktuigen nodig en die zijn goed voor bijna elk gerecht. Bijna, zeggen we wel, want er zijn uitzonderingen. Mes en vork zijn je attributen voor bijna alle werk aan tafel. Je mes hou je in je rechtse hand, ook als je linkshandig bent, met de scherpe kant naar beneden. Je vork hoort dus links. Je heft je vork naar je mond en buigt niet je hoofd naar je vork. Vrees je dat de afstand tussen je bord en je mond te groot is om zonder morsen het voedsel binnen te krijgen en gaan je ogen al angstvallig naar je witte hemd of blouse? Verklein het hapje op je vork en je vermindert het risico aanzienlijk.Je houdt je hoofd, je schouders en je rug recht. Niet in die mate natuurlijk dat je eruit ziet als een stijve hark, maar voldoende recht om niet de allures van een bloemzak te hebben. Wijzen of gebaren maken met je mes of vork, doe je niet. Je gebruikt ook niet je eigen vork om bij te scheppen en al helemaal niet om iemand anders mee te bedienen. Eenhandig eten doe je bijvoorbeeld wel bij soep of pudding, en dan hoor je de lepel rechts te houden. Je linkse hand mag bij de tafelrand rusten. Bij pastagerechten zoals spaghetti eet je met vork en lepel en hou je de lepel rechts. Tafelmanieren zijn cultuur en streekgebonden. In de VS is het bijvoorbeeld normaal om je mes te gebruiken om je vlees in stukjes te snijden. Daarna gaat het mes aan de kant en wordt er met de vork in de rechtse hand gegeten. De linkse hand rust op de schoot onder tafel. Evenmin kan je met je hand in de rijstschotel graaien en de brokjes naar je mond brengen, ook al is het in Afrika de normaalste zaak van de wereld. Verder nog dit: je likt niet aan je mes, brengt het ook niet naar je mond. ![]() Hef het glasMisschien vind je het niet meteen duidelijk welk glas waarvoor dient. Nu, de ober bedient je wel, dus je hoeft je niet druk te maken. Wel belangrijk is dat je weet hoe je het glas vasthoudt. Wijnglazen en andere glazen met een steel, neem je aan de bovenkant van de steel vast, nooit aan de kelk. De binnenkant van het glas is helemaal tabou, daar blijf je gewoon met je vingers uit. Je vist dus ook geen ijsblokje, schijfje citroen of olijfje uit je glas. Ook niet als je sterft van de honger. Dat ene schijfje stilt de kramp in je maag toch niet.Rondbuikige glazen, zoals cognacglazen hou je onderaan de kelk vast, met een naar boven geopende handpalm, de steel tussen wijsvinger en ringvinger. Je laat het glas als het ware in je hand rusten. Je hand geeft de inhoud van het glas een aangename temperatuur. Bekers en borrelglazen hou je rond de stam onderaan vast. Geeft de gastheer je toch de vrijheid om je glas zelf bij te vullen, wil je niet in affronten vallen. Belangrijk dus dat je weet welke drank je hoever bijschenkt. Bij witte wijn en champagne vul je het glas tweederde vol. In grote wijnglazen, zoals een bourgogneglas giet je minder want voor je het weet, schenk je een halve liter uit. Gok een beetje terwijl je inschenkt en laat de hoeveelheid overeenkomen met de inhoud van een normaal glas wijn. InterludiumJe kunt onmogelijk een hele maaltijd door eten. Af en toe wil je pauzeren, drinken of iets zeggen. Ja, praten mag. Je zit immers in gezelschap en niet in de refter van de nonnen- of patersschool. Je besmeurt het tafelkleed niet met je mes, dus laat je het tijdens je pauze rusten op de rand van je bord. Wordt een gerecht in een kommetje of schoteltje op een onderbord geserveerd, dan rust je mes op de rand van het onderbord.![]() Tot het laatste kruimeltjeEr was een tijd dat de beleefdheid vroeg om een restje op je bord te laten liggen. Daarmee gaf je de gastheer of –vrouw aan dat de portie voldoende was, ruim voldoende. Die gewoonte stamt uit een generatie die geconfronteerd was geweest met schaarste. Vandaag eet je je bord gewoon leeg. Je schraapt niet alles van je bord, maar zorgt er wel voor dat je uiteindelijk met een leeg bord achterblijft.Je mes en vork leg je naast elkaar met de steel naar rechts als signaal dat je klaar bent. Het kan gebeuren dat je een gerecht echt niet lust. Uit beleefdheid eet je toch minstens net iets meer dan de helft op. Ook als je rest laat liggen op je bord liggen mes en vork naast elkaar met de steel naar rechts om aan te geven dat je voldoende hebt. Liggen je mes en vork zoals de wijzers van de klok om twintig voor vijf dan zal de gastvrouw ervan uitgaan dat je graag nog een portie wil. Mondje vegenHet servet dat bij aanvang van de maaltijd in of naast je bord ligt, dient om je mond te vegen. Ook mooi gevouwen kunstwerkjes schud je rustig open en kan je gebruiken. Je zet het gevouwen servet niet naast je glas of bord om het vervolgens te bekijken of ermee te spelen. Je legt je servet op je schoot. Niet naast je bord, niet in de kraag van je hemd of blouse, niet met een punt onder het bord vastgemaakt, maar op je schoot. Wil je tijdens het eten even drinken, dan wrijf je eerst je handen even over je servet en dan pas raak je je glas aan. Laat je je servet achteloos naast je bord liggen, dan zal de ober denken dat je klaar bent met eten. Je servet dient om ervoor te zorgen dat je mond en lippen proper zijn. Knelt er iets tussen je tanden, dan haal je dat er niet in gezelschap uit, ook niet door een hand voor je mond te houden en met je andere hand of een tandenstoker te zitten pulken. Ga even van tafel en in de beslotenheid van het toilet, pulk je zoveel je wilt. Bij het opstaan van tafel, leg je je servet lichtjes gesloten op je stoel, waarbij je ervoor zorgt dat de gebruikte kant van het servet naar binnen is geplooid.![]() Niet doenKauwgom eten bij aanvang van een etentje, doe je beter niet. Kauwen is in gezelschap hoe dan ook al niet beleefd, maar zit je toch nog met kauwgom in je mond, dan heb je maar een optie: slikken. Je fluistert niet tegen je buur. Het geeft de andere genodigden een onaangenaam gevoel. Je praat niet te luid, zwaait niet met je armen, rinkelt niet met bestek of glazen en laat je al helemaal niet verleiden tot de oermens in jou door te boeren of te winden. Blijf uit je neus, eet met je mond dicht, smak niet en zet je gsm op stil voor je aan tafel gaat.Denk er ook aan dat zware make-up te lijden kan krijgen tijdens het eten. Misschien warmen de dampen je gezicht op of krijg je het warm door de alcohol in de wijn. Beperk dus het aantal kleurtjes dat je op je gezicht smeert voor een dinertje. Probeer ook het opstaan van tafel zoveel mogelijk te vermijden. De anderen weten immers allemaal wat je gaat doen en willen die activiteit liever niet associëren met het nuttigen van een lekkere maal. Is je blaas toch kleiner dan je had verwacht, dan sta je pas op het einde van een gang recht van tafel. Een gang is afgelopen als iedereen zijn bord leeg heeft. Eet je met twee, dan verontschuldig je je voor je van tafel gaat. Je laat je tafelgenoot immers alleen. Je zegt niet: ‘sorry, ik moet plassen’, maar een kort ‘sorry, ik ben zo terug’ volstaat en houdt de verbeelding in bedwang. Je schuift aan tafel je been niet onder je billen, maar houdt je beide voeten op de grond. Trommel niet op tafel met je vingers en zit niet aan servet of decoratie te prullen. Schop niet tegen je buur zijn benen onder tafel, tenzij je amoureuze bedoelingen hebt. Trek je schoenen niet uit, ook niet als ze knellen. En roken, ach die tijd is voorbij. Dat mag je tegenwoordig bijna niet meer in openlucht, wat zou het aan tafel mogen. Gezondheid!
• Cheers! • Gesundheit! • Santé! • Salud! • Saúde! • Salute! • Здоровье! • Zdrowie! • Egészségügyi! • Υγεία! • Skål! Eet smakelijk! • Enjoy your meal! • Guten Appetit! • Bon appétit! • Buen provecho! • Bom apetite! • Buon appetito! • Приятного аппетита! • Jo etvagyat! • Smacznego! • Kali orexi! • Njang Swietie! • Itadakimasu! |
||
Tafelmanieren:
niet van gisteren
Culinair 2009
Reportage: Tafelmanieren:
niet van gisteren




