Oktober wordt dit jaar weer uitgeroepen
tot de maand van de energiebesparing.
Met de campagne ’t Is oktober, hou het
sober’ wil het Vlaams Energieagentschap
iedereen oproepen om efficiënt om te gaan
met de beschikbare energie. Wil je elk jaar
enkele honderden euro’s besparen? Pas
onderstaande tips dan dadelijk toe.

Verwarmen
Je kamerthermostaat overdag één
graad lager bespaart gemiddeld 6 procent
op je verwarmingskosten.
Schakel de verwarming al een uurtje
vòòr je gaat slapen op nachtstand
(bijvoorbeeld 15°C), en geniet van de
warmte die nog in de kamer hangt.
Daarmee kan je 20 euro per jaar besparen.
Cv-ketels die meer dan 15 jaar oud
zijn, vervang je het best door een condensatieketel.
Condensatieketels zijn
zodanig ontworpen dat er permanent
een belangrijk deel van de waterdamp
in de verbrandingsgassen condenseert
en opnieuw in de ketel kan worden gebruikt.
Bij andere ketels verdwijnt deze
warmte door de schoorsteen.
Om je ketel te laten afkoelen wanneer
er geen vraag naar warmte meer
is, moet jouw verwarmingsinstallatie
goed zijn geregeld: met een kamer- of
een klokthermostaat (die de ketel regelt
in functie van de gewenste temperatuur
in huis), hand- of thermostaatkranen
(die de temperatuur van de
afzonderlijke verwarmingselementen
regelen: iets warmer in de badkamer,
wat koeler in de slaapkamer), en een
buitenvoeler (die de ketel laat weten
hoe koud het buiten is). Met een goed
afgestelde installatie, in combinatie
met een condensatieketel, kun je tussen
25 à 30 % besparen. De kosten
voor de regeling, ongeveer 150 € voor
een kamerthermostaat, € 300 euro
voor een buitenvoeler, en € 25 voor
een thermostatische kraan, heb je dus
al snel terugverdiend.
Voor een goed geïsoleerde nieuwbouw
kan je een warmtepomp overwegen,
zeker als je vloerverwarming laat installeren.
Bij een warmtepomp wordt
hooguit een derde van de geleverde
warmte geproduceerd met elektriciteit.
De rest van de warmte is gratis.
Laat de cv-ketel elk jaar grondig nakijken,
bij voorkeur net na de zomer. Zonder
onderhoud raakt de ketel vervuild
en ontregeld, en daalt het rendement
met ongeveer 10 %.
Zorg ervoor dat de stookplaats proper is. Stof vermindert
de luchttoevoer voor de brander. Dat heeft een nadelige
invloed
op zowel de verbranding als op het verbruik.
Sluit overgordijnen en rolluiken van zodra de zon onder gaat. Zo blijft de warmte binnen en de koude buiten.
Isoleer de cv-leidingen op zolder, in de garage, in de kruipruimte en in andere onverwarmde ruimten. Daarvoor
zijn er speciale voorgevormde hoesjes verkrijgbaar.
Je moet ze alleen
om de leiding leggen en dicht maken. Ook voor hoeken, bochten en verbindingen bestaan er voorgevormde
stukjes.
Ontlucht radiatoren
van zodra je geborrel
of geruis hoort. Radiatoren kunnen hun warmte alleen ten volle afstaan als ze volledig met water zijn gevuld.
Verberg radiatoren niet achter dikke overgordijnen,
en zet er geen meubels
voor.
Heeft je ketel een waakvlam, doof die dan wanneer je langer dan 5 dagen afwezig bent.
Breng tussen een ongeïsoleerde muur en de radiatoren reflecterende radiatorfolie aan. Die weerkaatst de warmte die anders in de muur verdwijnt.
Deze eenvoudige maatregel verdient zich binnen het jaar terug.
Warm water
Ga meer onder de douche in plaats van in bad. Douchen verbruikt tot 60 % minder water en energie.
Een spaardouchekop verbruikt 40 % minder water en energie dan een gewone
douchekop.
Doorstroomtoestellen of geisers zijn energiezuiniger dan boilers. Het water in een geiser wordt alleen opgewarmd als je de warmwaterkraan opendraait.
Als douche- en badkraan kies je een thermostatische mengkraan. Daarmee kan je de gewenste temperatuur vooraf bepalen en hoef je het water niet meer zelf te mengen tot de gewenste temperatuur
is bereikt.

Een gezin van drie personen dat een thermostaat installeert,
bespaart bij het douchen gemiddeld
tussen 200 en 250 euro per jaar.
Een boiler op aardgas verbruikt bijna de helft minder dan een boiler op elektriciteit.
Een warmwatertoestel dat veel méér water kan verwarmen dan je ooit achter
elkaar gebruikt, is in aankoop onnodig
duur. Doordat het voortdurend een onnodig grote hoeveelheid water op temperatuur moet houden, verhoogt bovendien je energieverbruik.
Het omgekeerde:
te weinig capaciteit, levert een te laag comfort op. Vraag raad aan je installateur.
Liggen keuken en badkamer ver uit elkaar, kies dan voor aparte toestellen,
en plaats deze zo dicht mogelijk in de buurt van keuken en badkamer. Zo komt er snel warm water uit de kraantjes
en bespaar je energie.
De helft van je energiekosten voor warm water kun je besparen met een zonneboiler.
Die maakt namelijk gebruik van gratis zonlicht. Een zonneboiler levert warm water voor tapwater. Een zonneboilercombi
verwarmt ook je huis.
Stel de temperatuur van je warmwaterboiler
in op precies 65°C.
Niet meer, en niet minder. De temperatuur is laag genoeg om aanzienlijke kalkafzetting te voorkomen, en hoog genoeg om de legionellabacterie te doden. Deze bacterie
kan de veteranenziekte veroorzaken.
Koken en afwassen
Koken op aardgas is ongeveer de helft goedkoper dan elektrisch
koken. Bij elektrisch koken verbruiken inductiekookplaten
het minste elektriciteit.
Elektrische kookplaten blijven een tijd warm nadat je ze hebt uitgeschakeld. Gebruik deze warmte om te koken en schakel de kookplaat eerder uit.
Kook met zo weinig mogelijk water. Te veel water aan de kook brengen kost niet alleen meer energie, samen met het kookwater giet je ook heel wat vitamines
en andere voedingsstoffen
door de gootsteen weg.
Leg altijd een deksel op de kookpan. Koken met deksel verbruikt 60 tot 70 % minder energie dan koken zonder deksel.
Nog zuiniger is een snelkookpan.
Daarmee kook je sneller, en blijven voedingswaren hun smaak en vitamines
beter behouden.
Warm de oven alleen voor als dat echt moet. Warmeluchtovens bijvoorbeeld hoeven alleen voorverwarmd te worden
voor rosbief en fijn gebak. Schakel de oven altijd enkele minuten voor het einde van de bak- of braadtijd uit. De ‘nawarmte’ in de oven kan je benutten om de borden te verwarmen.
Zet je oven niet vlak naast je koelkast of diepvriezer. Indien het echt niet anders kan, plaats dan een sterk isolerende plaat tussen de apparaten.
Een microgolfoven is ongeveer de helft zuiniger dan de klassieke oven of het klassieke fornuis, behalve voor grote hoeveelheden.
Afzuigkappen zuigen ook warme lucht uit de keuken. Laat ze dus niet langer aanstaan dan nodig is, en zet ze niet altijd op maximale capaciteit.
Elektronisch
regelbare afzuigkappen
hebben het voordeel dat de afzuigcapaciteit gedoseerd
kan worden van zwak naar sterk.
Zet de vaatwasmachine pas aan als ze helemaal vol is. Kan je om de een of andere reden niet zolang wachten, gebruik dan het spaarprogramma. Voor een kleine afwas hebben sommige
afwasmachines een halve capaciteitsoptie. Het water- en stroomverbruik blijkt echter niet veel lager
dan bij een volle belading.

Bovendien wordt de vaat minder goed schoon.
Koop een vaatwasser met een A-label. A-labelvaatwassers zijn in aanschaf iets duurder, maar ze verbruiken minder
water en energie.
Open tijdens de bereiding de oven niet te lang en niet te vaak.
Borden onder de warmwaterkraan afspoelen
vooraleer je ze in de vaatwasmachine
zet, is verspilling van water en stroom.
Koelen en vriezen
Alle grote huishoudapparaten dragen een energielabel. Dat geeft informatie over het energieverbruik van het apparaat.
Een apparaat met het A-label is in zijn klasse het energiezuinigst. Toestellen
met een G-label zijn het minst zuinig. Koel- en vriesapparaten hebben binnen de A-klasse nog twee extra zuinige
klassen: A+ en A++. Een A+-koelkast
is minstens 25 procent zuiniger dan een koelkast met een gewoon A-label. Een koelkast met een A++-label is minstens 45 procent zuiniger.
Diepvriezers bestaan in twee types: het verticale kastmodel en het horizontale
koffermodel. Een koffermodel verbruikt gemiddeld 15 procent minder dan een kastmodel.
Ook de juiste maat van een koelkast of vriezer voorkomt onnodig
energieverbruik: een halflflege
koelkast verbruikt per liter inhoud
evenveel of zelfs iets meer energie dan een goed gevuld exemplaar.
Voor een koelkast reken je op een inhoud van 100 liter voor de eerste persoon in je gezin en 50 liter per bijkomende
persoon.
Bij een diepvriezer hangt het ervan af. Gebruik je hem vooral om kant-en-klare diepvriesproducten
te bewaren, dan is 50 tot 80 liter per persoon voldoende. Wil je veel zelfgemaakte
voedingswaren invriezen, dan heb je per persoon 100 tot 130 liter nodig.
Plaats de koelkast en de diepvriezer op een koele plek, niet te dicht bij de radiator
of het fornuis, en ook niet in het zonlicht. In een omgeving van 15°C verbruikt
een koelkast 25 % minder dan in een omgeving van 20°C.
Open de koelkast zo kort mogelijk en zet er geen warme voedingswaren in. Ook een diepvriezer haat warme eetwaren.
Kouder dan -18°C hoeft het in de diepvriezer
echt niet te zijn. Alleen bij het snel invriezen moet de temperatuur minstens
-24°C bedragen.
De ideale temperatuur in een koelkast is 4°C. Een lagere temperatuur kost onnodig energie, bij een hogere temperatuur zal voedsel te snel bederven. De temperatuur
in een koelkast kan je meten door in het midden van de koelkast een thermometer in een bakje water te zetten.
Wanneer je met vakantie bent, kan de koelkast uit. Zet de deur op een kier tegen
schimmels.
Controleer regelmatig of de deur van de koelkast nog goed sluit. Je kan dat doen door een stuk papier tussen de deur en de koelkast te steken. Als je bij het verschuiven van het stuk papier weerstand ondervindt, sluit de deur nog goed. Houd het dichtingrubber soepel door het af en toe schoon te maken met een vochtige doek en vervolgens in te wrijven met talkpoeder.
Houd orde in je diepvriezer. Zo moet je minder lang naar een product zoeken en blijft het deksel of de deur minder lang open.
Wassen en drogen
Wasmachines uit klasse F of G verbruiken
per wasbeurt (op 60°C) ongeveer één kilowattuur meer dan een machine uit klasse A. Een gezin dat per jaar 250 keer wast, verbruikt dus jaarlijks 250 kWh méér. Dat betekent een meerkost van ongeveer 40 euro per jaar.
Hoeveel energie een wasmachine verbruikt,
hangt sterk af van de temperatuur
van het programma dat wordt gebruikt. Wassen op 60 graden Celsius kost twee keer zoveel energie als wassen
op 40 graden. Wassen op 90 graden zelfs drie keer zoveel.
Was alleen op hoge temperatuur als dat echt nodig is. Voor licht vervuilde witte was is 60°C voldoende.
De spaartoets ‘halve lading’ bespaart niet de helft van de energie en het water.
Wacht dus met wassen tot je genoeg wasgoed hebt voor een volle machine.
Gebruik niet té veel waspoeder. Zo vervuil
je het milieu minder en vermijd je overdadige schuimvorming. Bij grote schuimvorming moet de wasmachine méér spoelen. Dat betekent een hoger verbruik van water en elektriciteit.

Laat je linnen eerst goed zwieren, bij voorkeur op 1000 toeren/minuut of méér, vooraleer je het in de droogkast stopt. Witgoed gezwierd op 1200 t/min. vraagt voor het drogen 20 tot 25 % minder
energie dan witgoed gezwierd op 800 t/min. De allerzuinigste manier om wasgoed te drogen is natuurlijk buiten drogen aan de waslijn. Bijkomend voordeel
van buiten drogen is dat de was er lekker van gaat ruiken.
Stofdeeltjes
belemmeren het wegblazen
van de warme, vochtige
lucht. Daardoor verbruikt de linnendroger extra energie. Maak de stoffilter dus telkens goed schoon.
Verlichten
Maak maximaal gebruik van natuurlijk licht. Dat kost je niets.
Voor lichtpunten die elke dag twee à drie uren branden, zoals in de werkkamer,
de eetkamer, de keuken en de woonkamer, gebruik je spaarlampen. Spaarlampen zijn bij aankoop duurder dan gloeilampen, maar ze verbruiken 5 keer minder energie (11 watt in plaats van 60 watt) en gaan 8.000 tot 15.000 uren mee. Dat is 8 tot 15 keer langer dan een gloeilamp.
Door een gloeilamp van 100 W te vervangen door een spaarlamp van 20 W kan je op de levensduur
van één spaarlamp
tot 75 euro besparen. Spaarlampen
moeten wel even opwarmen vooraleer
ze op volle kracht komen. Hierdoor
zijn ze niet zo geschikt voor ruimtes
waar een lamp kort brandt, zoals in het toilet.
In tegenstelling tot wat dikwijls wordt gezegd: licht aan- en uitschakelen kost geen extra energie.
Doe daarom telkens
je een kamer verlaat het licht uit, tenzij je onmiddellijk terugkeert.
Voor de verlichting van de hal, de traphal,
de garage, de kelder en de zolder kan je bewegingsmelders laten installeren.
Van zodra je zo’n melder nadert, floept het licht automatisch aan. Naargelang
de tijdsinstelling (van tien seconden
tot meer dan 7 minuten) gaat het daarna vanzelf weer uit. Ook voor de tuin en het terras zijn bewegingsmelders
een prima oplossing. Ze zorgen
ervoor dat het licht niet nodeloos lang blijft branden.
Schilder of behang je huis in lichte kleuren. Lichte kleuren weerkaatsen 60 tot 90 % van het licht, donkere kleuren
niet meer dan 15 tot 25 %. Bij donkere
kleuren heb je ’s avonds vlugger kunstlicht nodig.
Wil je de hele nacht in de kinderslaapkamer
of op de overloop enkele lichtjes
laat branden? Kies dan voor led-verlichting (Light Emmitting Diodes).
Dergelijke lampen worden gekenmerkt door een heel laag energieverbruik en een heel lange levensduur (100.000 uren). Een led-lamp van 1 watt verbruikt
nog minder dan een spaarlamp.