Van wijn en stieren...
Soms moet je niet ver gaan zoeken: met de TGV ben je in enkele uren in Nîmes. En daar in de buurt zijn leuke dingen te ontdekken. Te beginnen met de historische stadjes Beaucaire en Sommières. Je vindt er nog het échte Franse zuiden.

Nîmes

Beaucaire

Een regio tussen de Rhônevallei en de Languedoc, (nog) niet platgelopen door toeristen. Beaucaire ligt ten oosten van Nîmes en is een oude vestingstad, die vooral in de 16de eeuw haar glorietijd kende. De stad was toen het draaipunt van de handel in textiel, kruiden, vee en andere handelswaar voor de hele westelijke méditerranée. De jaarmarkt trok honderdduizenden bezoekers, die tot tientallen kilometers in de omtrek logeerden.

Vandaag is het een rustig zuiders stadje met veel karakter, een haventje, dromerige straatjes en met het onvermijdelijke plein, waar op banken het Zuid-Franse levensritme heerst. Niet meer zo’n jonge inwoners van de stad bespreken er de politiek bij een glas pastis en het klikken van de pétanqueballetjes. In het oude stadscentrum zijn een aantal oude patricierswoningen, kerken en het imposante stadhuis zeker een bezoek waard. En gastronomen lopen even langs bij ‘Le Mas du Petit Mylord’, waar Valérie Gallon een uitgebreid gamma van artisanale confituren en konfijten bereidt.

De streek rondom Beaucaire wordt ook Terre d’Argence genoemd, omwille van de zilverachtige schijn die olijfbomen en populieren aan het landschap geven. Wij logeerden in Vallabrègues, in ‘Le Mas de l’Ilon’, een charmant gastenverblijf met mooi zwembad en een heerlijk ontbijt. Verse croissants en kruimig stokbrood, fruitsap uit eigen productie, confituur van abrikozen en fruit uit de boomgaarden naast het huis, meer moet dat niet zijn...

Nîmes


Sommières

Een goede vijftig kilometer naar het westen ligt Sommières, ook een oude stad met een verleden, gedomineerd door een nog steeds bewoonde en te bezoeken burcht. Je moet er zeker l’Auberge du Pont Romain aandoen: typische Zuid-Franse sfeer en dito hoogstaande gastronomie. Ook de lokale olijfoliemolen is een bezoek waard en de daar geproduceerde olijfolie valt regelmatig in de prijzen op internationale wedstrijd. Als je eens wil logeren als een burggraaf moet je absoluut boeken voor de gastenverblijven in het Château de Cristin. Vrij prijzig, maar het is dan wel een écht kasteel met een geschiedenis. Er worden ook kookcursussen gegeven in samenwerking met een bekende lokale chef. Links en rechts zie je in het landschap de fameuze zwarte stieren van de Camargue.

Ze worden wel eens bij feestelijke gelegenheden door de stadjes gedreven. Ze staan ook, maar dan in het brons, op verschillende punten in Beaucaire. En ja: ook culinair kan je van het krachtige vlees van deze dieren genieten. Meestal in stoofpotten, want dit zijn geen echte vleesdieren en hun krachtig smakend maar toch niet erg mals vlees heeft wel wat tijd nodig. Maar je proeft dan wel écht vlees met karakter.

Nîmes


Wijn

Dit is een wijnregio, maar geen monocultuur. De Costières de Nîmes zijn ongeveer 4.600 ha groot, er wordt wijn met beschermde herkomstbenaming geproduceerd, maar ook nog veel landwijn. De landwijnen brengen niet zoveel op en de landbouwers hebben zich daarom ook op andere teelten gericht: perziken en abrikozen, bijvoorbeeld. Of olijven. Dat maakt het landschap wel afwisselend en mooier. Nabij Beaucaire is onze eerste wijnhalte het Château Mourgues du Grès, waarschijnlijk een van de meest gerenommeerde wijnhuizen van de streek.

François en Anne Collard brengen ons naar de hooggelegen percelen, vanwaar je wel zestig kilometer ver kan kijken. De grond is een ware mozaïek: rode zandleemsteen, kalkgalettes, rode en gele rolstenen uit de Rhône en de Durance... een bodem zoals we die ook vinden in Châteauneuf-du-Pâpe, Lirac en Tavel. Andere te bezoeken wijndomeinen zijn La Belle Pierre, de coöperatieve van Beaucaire en Tarascon. Hier wordt jaarlijks 60.000 hectoliter landwijn geproduceerd, maar ook gedegen flessen zoals de Cuvée 14, opgevoed in eiken vaten: met veel body en een breed palet.

La Belle Pierre is ultramodern uitgerust en als een van de eerste kelders in de streek ISO gecertificeerd. Het Mas des Tourelles is een archeologische site én een wijndomein. Samen met het ‘Centre National de Recherche Scientifique’ en de universiteiten werd een gedeelte van de site gerestaureerd, en er wordt, naast ‘normale’ wijn, op beperkte schaal wijn gemaakt volgens de geschriften uit de Romeinse tijd. Wijn met zeewater, fenegriek, honing, kruiden. Je moet het toch eens geproefd hebben. Te serveren bij Romeinse orgiën, zouden we zeggen.

Nîmes


Franse geitenkaas voor Belgisch goed doel

De Pélardon kaas heeft een beschermde benaming en komt uit de Cevennen, niet ver van Plombières. Het is een arme en bergachtige regio met een typische vegetatie. Uitsluitend natuurlijk voedsel is toegestaan voor de geiten die de melk leveren en ze moeten minimaal de helft van het jaar buiten lopen. De Pélardon van Mireille Delarue is een aanrader. Hij heeft het Ecocert biolabel. De geitenkudden grazen quasi wild in de natuurgebieden. De kaas wordt heel ambachtelijk op de boerderij gemaakt.

De jonge Pélardon is een klein kaasje, wit-gelig van buiten, wit van binnen. Hij heeft een homogene structuur, romig en zacht. In de streek wordt hij dikwijls gepaneerd, gebakken en geserveerd met een scheut fijne olijfolie. Bijzonder is dat veel van het werk, zoals het melken, verricht wordt door groepen jongeren uit België. Adolescente kinderen uit België met zware sociale en familiale problemen maken op de boerderij een reïntegratie- en socialiseringsperiode van vier maanden mee. Franse kaas met een duidelijk Belgische link dus.


Thema Nieuws is een uitgave van Thema Media | www.themamedia.be | info@themamedia.be | voorwaarden & copyright
home - Culinair 2009 Reizen: Van wijn en stieren...