|
Voor zover de doorsnee Belg
niet met een baksteen in
de buik werd geboren, dan
toch met een aardappel in
de maag. Ons land produceert
jaarlijks zo’n 8 miljoen
ton van deze knollen en
staat daarmee op de achtste
plaats in de wereldorde. ![]() De aardappel is – althans in Europa - een basisvoedsel maar nog niet zo lang geleden alleen geschikt voor varkens. De knol kent een zeer bewogen geschiedenis, gelardeerd met veel fictieve en oncontroleerbare verhalen. Een vaststaand feit is dat we hem te danken hebben aan de Inca’s. Ierse hongersnoodVan hun moord- en rooftochten in Zuid- Amerika brachten de Spaanse conquistadores niet alleen goud en zilver mee maar ook de aardappel. Het kon niet elke dag paella zijn en dus pikten ze ook nog het dagelijkse voedsel van de Inca’s in. Pizarro zou het ondergronds groeiende knolletje, dat daarom met een truffel werd vergeleken, zo rond 1553 naar Spanje hebben meegenomen. Toch zou het nog ruim twee eeuwen duren vooraleer de aardappel ook de rest van Europa veroverde. Dat ging gepaard met heel wat sterke en vooral chauvinistische verhalen.In Engeland wil men dat Francis Drake de aartsvader van de aardappel is, de Ieren houden het bij Spaanse scheepswrakken waaruit aangespoelde aardappels het land veroverden. Hoe dan ook, feit is dat de aardappel heel de zestiende eeuw lang een exotisch curiosum was in de meeste kruidtuinen en daar maar moeilijk uit raakte. Een ander feit is dat de eerste grootschalige aanplanting van aardappels plaatsvond in Ierland. In 1845 en 1846 werd de teelt aangetast door de aardappelziekte waardoor ongeveer 1 miljoen Ieren van hongersnood omkwamen. Hieruit sproot ook een grootschalige volksverhuizing naar Amerika voort en zo kwam de aardappel weer in het Amerikaanse continent terecht. ![]() En de rest van EuropaBuiten Ierland kende de aardappel minder succes. Bepaalde godsdienstige groepen stonden afkerig omdat de aardappel niet in de Bijbel werd genoemd. Anderen beschouwden het ding als oorzaak van melaatsheid vanwege zijn uitzicht. Of je kon er minstens tering en tuberculose van krijgen. Iets dat zich onder de grond kon vermeerderen, moest wel duivelse eigenschappen hebben. Nu waren enkele delen van de plant ook wel giftig. Onwetende Fransen aten de bessen in plaats van de knollen en werden behoorlijk ziek, voor zover ze het overleefden. In elk geval werd de aardappel alleen geschikt bevonden voor armoedzaaiers en varkens.De constant met elkaar in oorlog zijnde Europese mogendheden dompelden hun onderdanen in opeenvolgende hongersnoden. De strijdende partijen plunderden de graanvelden waardoor daaraan een groot tekort ontstond met onbetaalbaar dure prijzen tot gevolg. Wetenschappers zochten naar alternatieve voeding en vorsten ontdekten de economische voordelen van de aardappel. Dat werd niet door iedereen zo maar in dank afgenomen. De grote doorbraak kwam er dankzij Antoine Auguste Parmentier, een apotheker in dienst van het leger van de Franse koning Lodewijk XVI. Leve onze frieten
Leve onze frieten Volgens de overlevering zouden frieten al in 1680 zijn uitgevonden, meer bepaald in de streek tussen Andenne, Namen en Dinant. Daar had men de gewoonte om visjes uit de Maas te frituren maar als de rivier bevroren was sneden de inwoners aardappelen in de vorm van visjes. Zover het niet te controleren verhaal. Ook de Fransen claimen uitvinder van de frieten te zijn. Volgens de Fransen stond de eerste ‘friture’ aan de Pont Neuf in Parijs. Ze worden daarbij gesteund door de Engelstaligen die van ‘French fries’ spreken. Rond 1900 waren frieten in België gemeengoed. Heel de wereld benijdt onze fameuze ‘frietkoten’. Die had tijdens zijn krijgsgevangenschap in Pruisen op een dieet van aardappelen moeten overleven en zag daarin een oplossing voor de herhaaldelijk voorkomende hongersnoden tussen 1760 en 1770. Hij kreeg van de koning toestemming om een veldje even buiten Parijs te beplanten. Om de nieuwsgierigheid van de Parijzenaars op te wekken liet hij het veld door zwaar bewapende militairen bewaken. Gevolg van deze list: ‘s nachts werden aardappelen gestolen en het duurde niet lang meer of boeren gingen de knol zelf aanplanten. Het mag dan ook niet verbazen dat de meeste culinaire bereidingen met aardappels naar Parmentier genoemd zijn. ![]() En in onze gewesten?Bij ons is het wachten tot het begin van de achttiende eeuw vooraleer de aardappel op grotere schaal wordt geteeld. Eigenlijk meer als varkensvoer dan voor menselijke consumptie. Toch werd het – vooral voor de onbemiddelden – een dagelijks maal. De term ‘aardappeleters’ heeft een negatieve conotatie. Denk maar aan het trieste beeld dat Van Gogh in zijn schilderij oproept. Armoedige keuterboertjes die zich met een kom aardappelen moeten tevreden stellen.Net zoals in Ierland kenden wij ook hier de aardappelziekten met even nefaste gevolgen. Bij een mislukte oogst werden mensen in verschrikkelijke armoede ondergedompeld. Dat gaf dan weer aanleiding tot rellen en opstootjes. Rond 1880 was de aardappel in haast alle gezinnen gemeengoed geworden. Tijdens de twee wereldoorlogen riep de overheid de mensen op om zelf zoveel mogelijk aardappelen te kweken. Zelfs openbare plantsoenen werden voor dat doel opgeofferd. Vooral in Nederland werd nogal wat onderzoek gedaan naar nieuwe aardappelrassen. Geert Veenhuizen ontwikkelde maar liefst 94 nieuwe variëteiten. Een andere pionier was de Fries Kornelis Lieuwes de Vries, onderwijzer te Suameer. Tussen 1898 en 1923 experimenteerde hij met de kweek van allerlei rassen waarvan Bintje uit 1905 nu nog altijd het meest bekende is. Wij eten ongeveer 55 kilogram aardappelen per hoofd en per jaar. Voor Wereldoorlog II was dat nog 130 kg, tijdens de oorlog zelfs 200 kg. De teelt van aardappelen is bijna zo groot als die van graan. Wereldwijd wordt er alleen meer rijst gegeten. Waar komt de naam patat
vandaan?
De Spanjaarden brachten het woord ‘patata’ mee uit Zuid-Amerika. Dat was een samentrekking ‘batata’ uit het Taino, de taal van een pre-Columbiaans volk uit de Antillen en ‘papa’ zoals het woord klonk in het Quechua, de voornaamste taal in de Andes. Oorspronkelijk wees ‘batata’ naar de zoete aardappel, een totaal andere familie dan onze aardappel, maar het onderscheid verdween helemaal. Uit het Spaans stamt ons ‘patat’ of het Engelse potato. Ons aardappel of het Franse pomme de terre verwijst duidelijk naar de bodem, alsook het Zwitserse Erdapfel. Het Duitse Kartoffel stamt dan weer uit het Italiaanse ‘tartuffolo’ en dat verwijst dan weer naar het truffelachtige uitzicht van de aardappel. |
||
Ons dagelijks
patatje
Culinair 2009
Geschiedenis: Ons dagelijks
patatje



