|
De complete verstedelijking
van Vlaanderen is,
op een enkele schaarse
open vlek na, bijna voltooid.
Die ‘verstening’
van ons landschap is
nog maar pakweg een
eeuw geleden aangevangen.
Immers, Vlaanderen
(en de rest van
de wereld) heeft eeuwenlang
vastgehouden
aan het middeleeuwse
woonpatroon. Een terugblik. ![]() In de vroege Middegeleeuwen woonden jij en ik nog in een afknepen stulpje in de schaduw van een adellijke burcht. Die bood bescherming in tijden van oorlog, en daar had men in die tijd meer dan zijn bekomst van. De stijgende concentratie rond dat versterkte kasteel groeide uit tot een gemeente; trok je daar een verdedigings-muur omheen, had je een stad. Tradtioneel In die steden werd op hetzelfde stramien gebouwd als op het platteland, met andere woorden: een langwerpig gebouw, alles onder één dak, met één of twee kamers die rechtstreeks op de stallingen uitgaven. Huizen bestonden uit een houten skelet, rechtstreeks in de grond geplaatst, dat met twijgen en leem werd opgevuld. Het dak bestond uit busseltjes stro. Omdat de ruimte in een stad beperkt was, met eerder smalle percelen, werd dat langwerpige bouwtype ‘van de buiten’ in zijn geheel dwars in de diepte geplaatst. Op de begane grond twee kamers na elkaar, meestal met een verdieping er bovenop, aan de straatkant lichtjes vooruit gebouwd om plaats te winnen.
Huis van één nacht
Tot in de negentiende eeuw geloofde men nog rotsvast dat je geen belasting op je huis diende te betalen als je het in één nacht kon optrekken. Van een wettelijke regelgeving is hieromtrent maar weinig terug te vinden. Blijkbaar was het een veelvuldig toegepast misbruik dat oogluikend werd toegestaan. In één nacht een klein huis in hout en leem bouwen was technisch gezien, en mits een perfecte voorbereiding, wel best mogelijk, zolang men maar voldoende familie, vrienden en buren kon optrommelen. Dat gebeurde meestal in nachten met volle maan. Tien eeuwen later werd nog altijd volgens datzelfde patroon gebouwd, met als sprekend voorbeeld de zogenaamde ‘arbeiderswoningen’ met twee kamers en een hoop ‘koterij’ daar achteraan. In de overvolle steden met hun smalle straatjes was het gevaar op brand desnoods nog een grotere bedreiging dan oorlog. Daarom besloten stadsbesturen vanaf de late Middeleeuwen dat huizen niet langer in hout mochten gebouwd worden maar in steen; het stro op de daken werd vervangen door dakpannen. Toch bleef men traditioneel denken; de stenen gevels verhulden alleen maar dat binnenin nog alles op krek dezelfde manier werd gebouwd als voordien. Smal versus breed Zelfs toen de gotische gevels plaats ruimden voor de nieuwe mode van renaissance of barok, bleef men traditioneel bouwen. Daar kwam pas een grondige verandering in bij het in zwang komen van de opeenvolgende Lodewijk-stijlen, overgewaaid uit Frankrijk. Smalle trap- of klokgevels ruimden plaats voor brede, volledig bezette en wit gekalkte gevels met grote ramen en dakkapellen. Diezelfde, koninklijke bouwstijl overleefde de Franse revolutie. ![]() Landvlucht Een ware omwenteling trad op in de negentiende eeuw. Door de industrialisatie verdubbelde de stadsbevolking en liep het platteland leeg. Om die toevloed van mensen op te vangen bouwden weldenkende fabriekseigenaren of weinig scrupuleuze ondernemers arbeiderswijken, beluiken of ‘gangskens’ waarin mensen zich als haringen in een tonnetje dienden te bewegen. Vanwege die weinig hygiënische en ongezonde levenswijze brak tegen het einde van de negentiende eeuw de ene epidemie na de andere uit in de opeengepakte volkswijken. Stadsvlucht Wie het iets beter had, vluchtte de stad uit en trok zich een riante woonst op in de buitenwijken. Die stadsvlucht zette zich door vooral na de verwoestingen tijdens de twee wereldoorlogen. Toen ontstonden ook de eerste tuinwijken. En kijk, zowat veertig jaar geleden zien we een herhaling van de geschiedenis: de Vlaming begint weer te bouwen zoals zijn vroegmiddeleeuwse voorouder, zij het iets minder verstandig. Vanaf de jaren zestig werd ons land grootschalig verkaveld voor prefab-fermettes, liefst met een milieuonvriendelijke 4x4 voor de deur. Daarmee werden de laatste stukjes open ruimte hopeloos versnipperd. Zonde.
Lees ook: » Restauratie, meer dan een ambacht
|
||
Geschiedenis: Van lemen stulp tot prefabfermette
Wonen & bouwen 2008
geschiedenis: Van lemen stulp tot prefabfermette


