Ecologie: De basisregels van duurzaam bouwen
Ruimte en bouwgrond zijn schaars. Dus moeten we er zuinig mee omspringen. Ook fossiele grondstoffen en water zijn duur, en bovendien zijn ze niet oneindig. Daarom moeten we duurzaam (ver)bouwen om onze leefomgeving te vrijwaren voor de toekomstige generaties. Maar hoe doen we dat?

Liefst een rijwoning
rijwoning
Hoe minder buitenmuren, hoe minder energie er doorheen de muren verloren gaat. Een rijwoning is ‘compacter’ en energiezuiniger dan een vrijstaande woning: een vrijstaand huis heeft vier buitenmuren waardoor de warmte kan verdwijnen, een rijwoning slechts twee.

Via de tussenmuren stoken de buren elkaar gedeeltelijk warm. Een rijwoning met hetzelfde volume als een vrijstaande woning en dezelfde isolatiediktes en luchtdichtheid heeft 30 % minder verwarmingskosten dan een vrijstaande woning.

Goed geïsoleerd
geïsoleerd
Voorzie de ramen van superisolerende beglazing, en isoleer niet alleen de muren en het dak maar ook de vloer in voldoende mate.
Isoleren kan je verwarmingsfactuur verminderen met 30 tot 40 procent. Tegelijkertijd verbeter je je levenskwaliteit. Tocht en vocht houd je buiten, en tijdens de zomer wordt het binnen niet te heet.

Let er wel op dat de isolatie correct is aangebracht, zonder onderbrekingen. Zoniet ontstaan er koudebruggen waarlangs de warmte naar buiten verdwijnt.

Luchtdicht
Luchtdicht
Het effect van isolatie van de gevel, het dak of de vloer gaat gedeeltelijk verloren als naden en kieren open blijven. Bovendien veroorzaken kieren onaangename tocht. Met het dichten van naden en kieren kan je jaarlijks ongeveer 40 euro besparen.

Doe echter niets aan kieren onder de deuren in huis, want die zijn nodig voor een goede luchtcirculatie.


Wat kost het?
Stofzuigen: 0.43 euro/uur Diepvrieskast (ca 200 l): 1.5 euro/week
Strijken: 0.22 euro/uur Koelkast zonder vriesvak (ca 300 l): 1.09 euro/week
Wassen: 0.15 euro/was Vaatwasser: 0.4 euro/keer

Minder (warm) water
Minder (warm) water
Voor watergebruik in huis is niet altijd zuiver drinkwater nodig. Om de wc door te spoelen, om te schuren en om te dweilen, kan regenwater worden gebruikt. Regenwater uit een regenton is prima geschikt voor het wassen van de auto en om de tuin te sproeien. Wie inventief met regenwater omspringt, kan tot 50 procent besparen op de water rekening. Door regenwater op te vangen ontlast je bovendien het riolerings systeem. De zuinigste toiletten gebruiken per grote spoelbeurt amper 4 liter en slechts 2,5 liter per kleine spoelbeurt.

En een douche vergt minder water dan een bad. Een flinke douchebeurt is goed voor zo’n 85 liter water terwijl een bad zo’n 120 liter nodig heeft. Denk ook aan een waterbesparende douchekop, laat op je kranen debietbegrenzers plaatsen, en herstel lekkende kranen meteen. Eén druppel om de 6 seconden komt overeen met 2000 liter water per jaar.

Wie op warm water bespaart, bespaart dubbel: op het water, en op de energie die nodig is om het water te verwarmen. Neem een douche in plaats van een bad, en installeer thermostatische mengkranen. Daarmee kan je de temperatuur vooraf bepalen en hoef je het water niet zelf te mengen tot de gewenste temperatuur is bereikt.

Zongericht
Zongericht
De zon kan je factuur voor verwarming en verlichting met 5 tot 10 procent laten dalen. Oriënteer weinig gebruikte ruimtes daarom op de ‘koude’ noordkant en richt leefruimtes zoals zithoek, eethoek en keuken naar het zuiden.

In het beste geval zitten er in de noordgevel weinig en kleinere ramen, en heeft de zuidgevel meer en grotere glaspartijen. Overdrijf echter niet. Hoe groter de glasoppervlakte in de zuidgevel, hoe groter het risico op oververhitting.

De hoge kosten van een aircosysteem kan je vermijden door bijvoorbeeld een dakoversteek of loofbomen.

Hoog renderende verwarmingsinstallatie
verwarmingsinstallatie
Een ketel van 20 jaar of ouder vervangen door een condensatieketel doet je verbruik onmiddellijk dalen met 20 tot 30 procent. Condensatieketels zijn zodanig ontworpen dat er permanent een belangrijk deel van de waterdamp in de verbrandingsgassen condenseert en opnieuw in de ketel kan worden gebruikt.

Condensatieketels op stookolie dragen een Optimaz-elitelabel, die op aardgas een HRtop-label. Om je ketel te laten afkoelen wanneer er geen vraag naar warmte meer is, moet je verwarmingsinstallatie goed zijn geregeld: met een kamer- of een klokthermostaat (die de ketel regelt in functie van de gewenste temperatuur in huis), hand- of thermostaatkranen (die de temperatuur van de afzonderlijke verwarmingselementen regelen: iets warmer in de badkamer, wat koeler in de slaapkamer), en een buitenvoeler (die de ketel laat weten hoe koud het buiten is).

Voor een goed geïsoleerde nieuwbouw kan je een warmtepomp overwegen, zeker als je vloerverwarming laat installeren. Warmtepompen produceren eigenlijk geen warmte, maar halen warmte uit de grond, het water of de lucht.

Minder elektriciteit
Minder elektriciteit
Huishoudapparaten hebben een energielabel. Dat geeft aan hoe zuinig een toestel met energie omspringt. Toestellen met een A-label zijn het zuinigst, toestellen met een G-label het minst zuinig. Bij vaatwassers zijn hot-fi llapparaten het zuinigst met energie. Dat komt doordat ze ook op de warmwaterleiding kunnen worden aangesloten.

Spaarlampen verbruiken tot vijf keer minder elektriciteit dan gloeilampen. Maar de meest energiezuinige verlichting is nog steeds daglicht. Een werkplek of bureau voorzie je best aan een raam.

Elektrische apparaten zoals de tv, een hifi -installatie en de computer in de stand-bymodus (wanneer de kleine rode lichtjes aanstaan) verbruiken ook elektriciteit als het apparaat lijkt ‘uit’ te staan. Onderzoek heeft uitgewezen dat een gemiddeld gezin aan dit ‘sluipverbruik’ per jaar gemiddeld 400 kWh laat wegstromen. Dat komt overeen met ongeveer 68 euro per jaar. Zeker de helft daarvan kan je vermijden door de stekker uit het stopcontact te trekken als je het apparaat niet gebruikt.

Meer informatie: www.bouwwijzer.be
Thema Nieuws is een uitgave van Thema Media | www.themamedia.be | info@themamedia.be | voorwaarden & copyright
home - wonen & interieur 2007 Ecologie: Basisregels